REFLEXEN

Je trekt onmiddellijk je hand terug als je een hete pan aanraakt. Als je je evenwicht verliest, grijp je je ergens aan vast. Dat zijn reflex reacties. Die zijn er om je te beschermen. Het zijn bewegingen waar je niet over na hoeft te denken, ze zijn niet bewust en niet gericht. Je lichaam doet dat vanzelf. Je hebt ook geen invloed op een reflex en je kunt het niet onderdrukken. Reflexen worden overgebracht op het niveau van de hersenstam. Dat is het onderdeel van de hersenen dat als eerste ontwikkelt bij een foetus.

REFLEX EN

ONTWIK-KELING

Reflexen zijn belangrijk voor de ontwikkeling

Een kindje heeft in de baarmoeder en gedurende het eerste levensjaar nog veel meer reflexen. Alle bewegingen zijn dan nog reflexmatig, want de hersenen zijn nog niet in staat om bewust beslissingen te nemen. Voor het kindje is beweging nodig om het evenwichtsmechanisme te ontwikkelen, dit ontwikkelt zich samen met het zintuiglijke systeem. Horen, zien en evenwicht ontwikkelen zich in samenhang met elkaar. Door beweging kan het zenuwstelsel zich uitrollen en zenuwbanen vertakken zich steeds wijder.


Dit primaire bewegingssysteem zorgt ervoor dat het kindje geboren kan worden en dat het de eerste maanden kan overleven. Door het maken van allerlei stereotiepe bewegingen krijgt het kindje gaandeweg meer controle over het lichaam. Het kan onder- en bovenlichaam en later ook links en rechts onafhankelijk van elkaar bewegen. Beweging is als het ware de eerste taal van een kind. Na voldoende oefening is een primaire reflex niet meer nodig. Deze wordt geïntegreerd en ergens in de hersenen opgeborgen en bewaard voor noodsituaties. De posturale- of houdingsreflexen nemen het dan stapsgewijs over. Deze reflexen worden bestuurd vanuit hogere hersendelen en blijven het hele leven actief. Het kindje kan dan gaan omrollen, tijgeren, kruipen, lopen en springen.


Deze neurologische ontwikkeling is belangrijk om te kunnen leren zwemmen, fietsen, lezen, schrijven of ballen te vangen. Bij deze complexe vaardigheden moeten delen van het lichaam los van elkaar kunnen bewegen en moet het evenwicht goed zijn ontwikkeld in samenhang met wat de ogen en oren waarnemen. Deze neurologische ontwikkeling vormt ook de basis voor leren en gedrag in de toekomst.


Soms verloopt deze ontwikkeling niet vanzelf. Tijdens de zwangerschap of de bevalling kunnen complicaties optreden, moeder of kind maakt een ziekte door of er zijn genetische factoren die deze ontwikkeling verstoren. Dit kan ervoor zorgen dat één of meerdere primaire reflexen zich niet volledig ontwikkelen of te lang actief blijven. Het zenuwstelsel blijft dan op dat punt onvolgroeid.


Als gevolg daarvan kunnen er reflexreacties blijven bestaan. Bewegingen blijven aan elkaar gekoppeld. Een voorbeeld: als je je armen buigt, willen je benen strekken, dus als je wilt schrijven zak je als vanzelf onderuit op je stoel. Ineens is er geen vrije keuze mogelijk. Er ontstaat dan een conflict tussen de reflex en de bewuste respons. Dit kan een sterk verstorend effect hebben op concentratie, houding, leren en gedrag. Pas als de nog actieve primaire reflexen geïntegreerd worden kan het zenuwstelsel zich verder ontwikkelen en kunnen de effecten verminderen of zelfs verdwijnen.

OM WELKE REFLEXEN GAAT HET?


PRIMAIRE of  PRIMIITIEVE REFLEXEN

  • Moro reflex
  • Palmaire reflex
  • Plantaire reflex
  • ATNR – Asymmetrische tonische nekreflex
  • Spinale galant reflex
  • Zoek / zuig reflex
  • TLR – Tonische labyrint reflex  voorwaarts en achterwaarts
  • Babinski reflex

TRANSITIONELE of OVERBRUGGINGS REFLEXEN

  • Landau reflex
  • STNR – Symmetrische tonische nekreflex  flexie en extensie

POSTURALE of HOUDINGS REFLEXEN

  • Strauss reflex
  • Oculaire hoofdrechtingsreflex
  • Labyrintische hoofdrechtingsreflex
  • Amfibie reflex
  • Segmentale rolreflex
  • Evenwichtsreaties - parachute reflex

HOE KUNNEN WE U HELPEN?