PRIMAIRE REFLEXEN

Wanneer een kind wordt geboren, is het uitgerust met een stel primaire reflexen. Het zijn onwillekeurige stereotype bewegingen die door de hersenstam worden geleid. Er is geen denkproces bij betrokken. Deze reflexen helpen het kind in de eerste levensmaanden te reageren op de omgeving. Het kind heeft ze nodig om te overleven. Ook helpen ze om een basis te leggen waarop latere vaardigheden en complexe zenuwstructuren zich ontwikkelen. De primaire reflexen moeten na een beperkte tijd onderdrukt of geinhibeerd worden. Blijven de primaire reflexen actief, dan heeft dat negatieve invloed op lichaamshouding en schoolprestaties.

Hieronder worden de belangrijkste primaire reflexen genoemd.

MORO REFLEX



De Moro Reflex ontstaat al in de negende week van de zwangerschap en wordt geactiveerd door plotse onverwachte gebeurtenissen. Dat kan een geluid zijn, iets visueels zoals plotselinge verandering van lichtintensiteit of een beweging in het gezichtsveld, het kan een aanraking zijn of een verandering van de positie van het hoofd. Er treedt dan een onmiddellijke alertheid op. Het parasympathische systeem wordt aangezet.

Er wordt adrenaline en cortisol vrijgemaakt, de hartslag - en na de geboorte ook de ademhaling - versnelt, de bloeddruk gaat omhoog en energie gaat naar de spieren. Tussen de 2e en 4e levensmaand hoort de reflex geinhibeerd te worden en vervangen te worden door de volwassen schrikreflex, de Strauss reflex.


Mogelijke symptomen van een nog actieve Moro reflex zijn: schrikachtig, angstig, hyperalert gedrag; snel overprikkeld raken; overmatige behoefte aan structuur, controle en voorspelbaarheid; moeite om tot ontspanning te komen; gebrek aan zelfvertrouwen.

De Palmaire Reflex ontstaat rond de elfde week na de conceptie. Deze reflex treedt op bij aanraking van of lichte druk op de handpalm. Dit zal leiden tot het sluiten van de vingers.

Tijdens de eerste levensmaanden bestaat er een direct verband tussen de palmaire reflex en zuigen /voeden (Babkin respons). De mond en handen zijn in de eerste levensfase de belangrijkste bron voor exploratie en expressie.

Na de geboorte is er een geleidelijke ontwikkeling van onwillekeurig grijpen tot loslaten en verfijnde vingercontrole. In de 36e levensweek wordt de reflex geinhibeerd en door de pincetgreep vervangen.


Als de palmaire reflex nog actief is, kan dat leiden tot een slechte handvaardigheid omdat de beweging van de duim ten opzichte van de vingers beperkt is. Ook kunnen er spraakmoeilijkheden zijn omdat de  de onafhankelijke spiercontrole aan de voorkant van de mond wordt verhinderd. En het kind kan bewegingen met de mond maken als het probeert te tekenen of te schrijven.

    PALMAIRE REFLEX

    ATNR

    ASYMMETRI-SCHE TONISCHE NEKREFLEX

    De Asymmetrische Tonische Nek Reflex (ATNR) ontstaat al in de achttiende week van de zwangerschap.

    Een beweging van het hoofd van de baby naar links geeft een reflectorische extensie van de arm en het been aan de linkerkant en een buiging van de rechter ledematen en v.v. De voortdurende beweging stimuleert in utero het evenwichtsmechanisme en versterkt de zenuwverbindingen.

    Als de tweede fase van het geboorteproces is aangebroken, moet de baby zich op het ritme van de barensweeën door het geboortekanaal omlaag schroeven. De actieve deelname van de baby hierbij hangt af van de aanwezigheid van een volledig ontwikkelde ATNR. Het geboorteproces zal ook de ATNR versterken waardoor deze goed ontwikkeld wordt en tijdens de eerste levensmaanden actief zal zijn.

    Mogelijke symptomen van een nog actieve ATNR zijn: moeite met evenwicht bewaren omdat een hoofdbeweging naar links of naar rechts de balans kan verstoren, moeite met automatiseren (tafelsommen, spelling), moeite met lezen, een slecht handschrift en moeilijke expressie van ideeën op papier, minder goed ontwikkelde links-rechts dominantie.

    De Spinale Galant Reflex ontstaat in de twintigste week van de zwangerschap.


    Over de functie van de Spinale Galant reflex is weinig bekend, behalve dat deze een actieve rol bij het geboorteproces kan spelen. Contracties van de schedelwanden stimuleren het lumbale gebied en veroorzaken lichte rotatiebewegingen in de heupen, zoals de hoofd- en schouderbewegingen bij de ATNR. op deze manier helpt het kind mee zich door het geboortekanaal te verplaatsen.


    Als de Spinale Galant Reflex na de neonatale periode aanwezig blijft, kan deze door een lichte druk in het lumbale gebied worden opgewekt.


    Als de Spinale Galant Reflex nog actief is, kunnen de volgende symptomen zich voordoen: friemelen, in bed plassen, slechte concentratie, slecht korte termijngeheugen. heuprotatie aan één kan bij het lopen.

      SPINALE GALANT REFLEX

      TLR

      TONISCHE LABYRINT REFLEX


      De Tonische Labyrint Reflex (TLR) wordt opgewekt door een voor- of achterwaartse beweging van het hoofd. Voorwaarts is de flexus habitus tijdens de zwangerschap. De extensie wordt waarschijnlijk geactiveerd wanneer het hoofd in het geboortekanaal is. Extensie van hoofd leidt tot extensie van armen en benen. Bij een buiging van het hoofd verdwijnt de spanning uit de strekspieren.


      De voorwaartse en achterwaartse component zijn beide bij de geboorte volledig ontwikkeld. De voorwaartse inhibeert rond de 4e levensmaand. Inhibitie van de achterwaartse labyrintreflex is een geleidelijk proces van 6 weken tot 3e levensjaar


      Mogelijke symptomen van een nog actieve TLR zijn: een slechte houding, hypertonus of hypotonus; verminder gevoel voor evenwicht; last van reisziekte; moeite met het inschatten van afstand, ruimte, diepte, tijd en snelheid; verwisselen van links en rechts, voor en achter

      HOE KUNNEN WE U HELPEN?