TRANSITIONELE REFLEXEN

Transitionele reflexen zijn geen primaire reflexen en geen posturale reflexen. Ze zijn er niet bij de geboorte en het is ook niet de bedoeling dat ze een leven lang mee gaan. Deze reflexen hebben een rol bij het inhiberen van de primaire reflexen, evenwicht, spierspanning en coördinatie van de verschillende systemen in het lichaam.

Ze zijn tijdelijk aanwezig, hebben op dat moment een functie in de fysieke ontwikkeling. Daarna verdwijnen ze weer.

De STNR is voor een korte periode aanwezig rondom de geboorte en komt terug als tijdelijke reflex rondom de negende maand, wanneer het kind leert kruipen. De STNR helpt de baby om de zwaartekracht te overwinnen door zich op te richten – op handen en knieën – vanuit een voorovergebogen positie.

De STNR verdeelt het lichaam in tweeën bij de horizontale middenlijn. Wanneer het hoofd is opgeheven zijn de armen gestrekt en de onderste helft, de benen, gebogen. Wanneer het hoofd is gebogen, buigen de armen en strekken de benen.

Door het kruipen gaan de vestibulaire, proprioceptieve en visuele stelsels samenwerken. Zonder deze samenwerking zou er geen evenwichtsgevoel zijn en geen besef van ruimte en diepte.

Als de STNR nog actief is, kan dat leiden tot een slechte lichaamshouding, het kind heeft dan de neiging in elkaar te zakken, vooral aan tafel of in de schoolbank. De 'W-houding' bij het op de grond zitten zal vaak gezien worden. Ook is er vaak een slechte ooghandcoördinatie wat tot onhandigheid leidt en zien we moeite met het scherpstellen van de ogen wanneer het kind wisselend naar het schoolbord en het werkblad kijkt. Leren zwemmen en met lang stil zitten kunnen problemen geven.

    STNR

    SYMMETRI-SCHE TONISCHE NEKREFLEX

    LANDAU REFLEX



    De Landau reflex is niet primair en niet posturaal. Net als STNR is het een overbruggingsreflex. Ze hebben een remmende werking op de TLR, versterken de spiertonus en ontwikkelen de vestibulo-oculaire motorische vaardigheden.


    De Landau reflex ontstaat tussen 3 en 10 weken na de geboorte en wordt met ongeveer 3,5 jaar geinhibeerd. Wanneer het kind zich in de buikligging bevindt of in de lucht wordt gehouden, zal het kind zich strekken.


    Is de Landaureflex na 3,5 jaar nog aanwezig, dan duidt dat op een onderliggende primitieve reflexactiviteit, veelal het vasthouden van TLR. Dit beïnvloedt de balans en automatische aanpassing van spiertonus. Het leidt tot stijve onhandige bewegingen van het onderlichaam omdat het kind de beenspieren niet willekeurig kan buigen. Rondrennen, hinkelen, huppelen, springen en dergelijke zullen niet vloeiend gaan.

    HOE KUNNEN WE U HELPEN?